“Niet alles is volledig maakbaar.”
Mijn naam is Nazima en ik ben geboren in Paramaribo en emigreerde als
baby van zeven maanden, met mijn ouders en drie broers naar Nederland.
Ik kom uit een warm gezin en ben nog altijd heel blij met mijn familie.
Mijn ouders en broers hebben mij altijd gesteund. Als kind kwam ik er al
vroeg achter dat studeren mij goed afging. Helaas werd ik op de basis- en middelbare school vaak als buitenbeentje gezien. Ik had het gevoel dat
ik er niet bij hoorde. Op de Haagse Hogeschool veranderde dat. Ik voelde me beter op mijn plek, kreeg meer zelfvertrouwen en was gelukkig gedurende mijn studie jaren.
Achteraf denk ik dat mijn eigen ervaringen hebben bijgedragen aan mijn keuze voor de hulpverlening. Ik weet hoe belangrijk het is dat iemand je ziet staan en je het gevoel geeft dat je erbij hoort. Dat wil ik ook voor anderen kunnen betekenen.
Na het Mondriaan College volgde ik aan de Haagse Hogeschool de opleiding Maatschappelijk Werk en Dienstverlening. Daarna ben ik aan de slag gegaan bij Justitie. Ik begon als stagiair maatschappelijk dienstverlener in de penitentiaire inrichtingen in Scheveningen en Zoetermeer. Toen de locatie waar ik werkte vanwege een reorganisatie werd gesloten, besloot ik me verder te verdiepen in de geestelijke gezondheidszorg. Vervolgens ben ik als zzp’er bij E25 aan de slag gegaan, waar ik werkzaam ben als Wmo-coach. Wat ik mooi vind aan mijn werk, is de diversiteit. De ene cliënt heeft vooral praktische ondersteuning nodig, terwijl de andere meer behoefte heeft aan psychosociale begeleiding.
Ik probeer verder te kijken dan wat ik aan de buitenkant zie. Iemand kan zelfverzekerd overkomen en ogenschijnlijk alles goed voor elkaar hebben, terwijl er achter de voordeur veel speelt. Daarom wil ik begrijpen waar bepaald gedrag vandaan komt. Cliënten vertellen mij regelmatig dat ik snel reageer en voor hen klaarsta. Dat vind ik waardevol. Juist wanneer iemand vastloopt, kan het verschil maken als er iemand is die meedenkt. Mijn werkdagen bestaan uit ambulante begeleiding, gesprekken met diverse instanties en het voeren van ventilerende gesprekken. Ook bied ik psychosociale begeleiding. Daarnaast vind ik het belangrijk om evaluaties te voeren en zorgvuldig te rapporteren.
Een cliënt die mij bijzonder is bijgebleven, is een vrouw die ik al jarenlang begeleid. Toen ik bij haar betrokken raakte, speelde er veel tegelijk. Ze had diverse maatschappelijke problemen, had behoefte aan huishoudelijke ondersteuning en er waren zorgen binnen het gezin. Het regelen van passende hulp bleek ingewikkeld. Een aanvraag voor een andere woning werd niet zomaar toegewezen en ook voor andere voorzieningen moesten we verschillende stappen zetten. Ik heb geleerd dat je als hulpverlener geduld moet hebben, maar ook vasthoudend moet zijn. Ik verzamel informatie, bekijk wat er in een dossier staat en onderbouw mijn verzoeken met concrete feiten. Daarbij stem ik af met andere betrokken professionals en probeer ik ervoor te zorgen dat de gemeente begrijpt waarom bepaalde ondersteuning noodzakelijk is. Ik begrijp dat er regels en budgetten zijn, maar achter iedere aanvraag zit een mens. Het zou mooi zijn als er voldoende ruimte blijft om naar de individuele situatie te kijken.
Binnen dit gezin waren er ook zorgen over de ontwikkeling en het gedrag van de dochter. Ik dacht mee over passende hulp en hielp de cliënt om haar belangen goed naar voren te brengen. Tegelijkertijd vind ik het belangrijk om niet alles over te nemen. Zelfredzaamheid betekent voor mij dat je samen onderzoekt wat iemand zelf kan en waarbij ondersteuning nodig is. Bij praktische zaken, zoals administratie, werken we daarom stap voor stap. Eerst bekijken we samen een brief. Bij een volgende brief laat ik de cliënt steeds meer zelf doen. In de loop der jaren heb ik mooie ontwikkelingen gezien. De vrouw heeft inmiddels een baan, verschillende hobby’s en zoekt contact met andere ouders. Ook de relatie met haar eigen ouders is verbeterd. We zijn nu bezig de begeleiding geleidelijk af te bouwen. Dat maakt me trots, al is het ook spannend om afscheid te nemen van iemand die je zo lang hebt ondersteund.
Vooruitgang zit niet altijd in grote veranderingen. Soms is het al waardevol wanneer iemand zelf een telefoontje pleegt, een brief begrijpt of weer vertrouwen krijgt in de eigen mogelijkheden. Ook heb ik geleerd dat iemands situatie plotseling kan veranderen. Wie jarenlang zelfstandig functioneert, kan door gezondheidsproblemen ineens veel ondersteuning nodig hebben. Dat vraagt om flexibiliteit en steeds opnieuw kijken naar wat passend is. In de loop der jaren heb ik meegemaakt dat aanvragen werden afgewezen, samenwerkingen moeizaam verliepen en een cliënt niet altijd eerlijk bleek te zijn over haar situatie. Dat kan je raken, zeker wanneer je je met overtuiging voor iemand hebt ingezet. Je vraagt je dan af of je iets over het hoofd hebt gezien.
Ik probeer van zulke ervaringen te leren zonder dat ze mijn vertrouwen in anderen bepalen. Je moet kritisch blijven, informatie controleren en jezelf vragen blijven stellen. Tegelijkertijd wil ik niet vanuit wantrouwen beginnen. Mijn uitgangspunt is dat ik samen met de cliënt onderzoek wat er aan de hand is en welke ondersteuning passend is. Voor mij staat de kwaliteit van leven centraal. Niet iedereen hoeft hetzelfde te bereiken. Voor de een betekent vooruitgang dat hij weer aan het werk gaat, voor de ander dat het oppakken van praktische zaken lukt. Het gaat erom wat voor die persoon belangrijk is.
Het werk kan emotioneel zwaar zijn. Je bouwt een band op met mensen en maakt soms ingrijpende gebeurtenissen mee. Tijdens mijn werk zijn twee van mijn cliënten overleden. Dit had een grote impact op mij. Wanneer een situatie me blijft bezighouden, helpt het om er met collega’s over te praten. Om mijn hoofd leeg te maken, zoek ik ontspanning op de dansacademie waar ik al ruim 11 jaar train. Daarnaast zoek ik graag mijn familie op en maak ik regelmatig stedentrips met vrienden.
Door mijn werk ben ik anders naar het leven gaan kijken. Ik heb geleerd dat gezondheid en een gezin niet vanzelfsprekend zijn. Niet alles is maakbaar en je weet nooit precies wat iemand heeft meegemaakt. Dat besef maakt dat ik minder snel oordeel over de keuzes van anderen. Als ik één ding heb geleerd, is het dat je nooit moet vergeten dat je met een mens werkt en niet alleen met een hulpvraag. Je moet nieuwsgierig blijven naar iemands verhaal, goed luisteren en durven doorvragen. Soms vraagt dat om geduld en is het belangrijk om empathie te tonen.
Ik haal veel voldoening uit mijn werk, omdat ik mensen kan ondersteunen bij het vinden van hun eigen weg. Je kunt niet alles oplossen, maar je kunt wel naast iemand blijven staan, samen naar mogelijkheden zoeken en bijdragen aan een leven waarin iemand zich sterker en zekerder voelt. Dat is voor mij de kern van goede hulpverlening.